Nieuws

Meer bomen in Opwijk graag!

Via het Bomencharter engageren steden en gemeenten zich om een bepaald aantal bijkomende bomen te bekomen op het grondgebied van hun stad of gemeente. Het Bomencharter vormt daarmee meteen een instrument om meer bomen te bekomen in Vlaanderen.

Het Bomencharter staat ook symbool voor de collectieve strijd tegen de klimaatopwarming. Bomen planten heeft verschillende positieve gevolgen. Het vermindert de klimaatopwarming (door de opname van CO2). Bovendien bieden bomen bescherming tegen de gevolgen van de klimaatopwarming (hitte, droogte, …). Bomen zorgen voor een betere luchtkwaliteit en ze vormen een buffer tegen lawaai. Daarnaast bevorderen ze de (geestelijke) gezondheid, de natuurbeleving en de biodiversiteit.

De ondertekening van het Bomencharter en het engagement dat daarmee wordt opgenomen, past mooi binnen de doelstellingen van het burgemeestersconvenant en het hiervoor op te maken actieplan. Het is bovendien een laagdrempelige actie waarvan de resultaten snel zichtbaar kunnen zijn en die mensen gemakkelijk kan motiveren om deel te nemen. De telling van het aantal geplante bomen vormt dan ook een wezenlijk onderdeel van het Bomencharter.

Het Bomencharter wordt ondertekend door de lokale besturen en andere partners die willen samenwerken om zo veel mogelijk bijkomende bomen te planten in de periode 2019 – 2024. Hoewel we intussen najaar 2020 zijn, blijft het mogelijk om deel te nemen aan het Bomencharter. Het ondertekend Bomencharter kan worden afgeleverd tot 31/12/2020.

Het Bomencharter is een burgerinitiatief dat onder meer wordt gesteund door de Vereniging voor Openbaar Groen, de Vlaamse Bosgroepen, het Vlaams Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO), BOS+, de Fietsersbond, Fietsberaad Vlaanderen en de BBL. Meerdere van deze organisaties kunnen voor ondersteuning zorgen. Zo heeft BOS+ een ruim aanbod voor ondersteuning van iedereen die plannen heeft om bomen en bossen te planten: van bomen in de tuinen over mini(speel)bosjes tot de echte grotere bosuitbreidingsprojecten.

Het Bomencharter kan ondertussen al rekenen op een zeer brede steun:

  • De volgende steden en gemeenten ondertekenden reeds het Bomencharter : Affligem, Alken, Antwerpen, Anzegem, Avelgem, Begijnendijk, Beringen, Berlaar, Berlare, Bertem, Bever, Blankenberge, Boechout, Bonheiden, Boortmeerbeek, Bornem, Boutersem, Brakel, Brugge, Buggenhout, Denderleeuw, Dendermonde, Dessel, Duffel, Eeklo, Evergem, Gavere, Geel, Geetbets, Genk, Gent, Geraardsbergen, Grimbergen, Grobbendonk, Haacht, Halen, Halle, Harelbeke, Hasselt, Heist-op-den-Berg, Herne, Hove, Huldenberg, Hulshout, Ieper, Jabbeke, Kalmthout, Kampenhout, Kaprijke, Kapelle-op-den-Bos, Kapellen, Kasterlee, Keerbergen, Kinrooi, Koksijde, Kontich, Kortenaken, Kruibeke, Laakdal, Laarne, Landen, Lebbeke, Lendelede, Lennik, Lichtervelde, Liedekerke, Lier, Lierde, Lille, Lint, Linter, Lochristi, Londerzeel, Machelen, Mechelen, Meerhout, Meise, Menen, Merchtem, Merelbeke, Meulebeke, Mol, Moorslede, Niel, Nieuwpoort, Oostende, Oosterzele, Oudenaarde, Oudsbergen, Oud-Heverlee, Overijse, Putte, Puurs-Sint-Amands, Ranst, Ravels, Roeselare, Roosdaal, Rumst, Schelle, Schoten, Sint-Gillis-Waas, Sint-Katelijne-Waver, Sint-Niklaas, Staden, Steenokkerzeel, Temse, Ternat, Tienen, Torhout, Tremelo, Turnhout, Vilvoorde, Voeren, Vorselaar, Vosselaar, Wachtebeke, Wellen, Wetteren, Wichelen, Wijnegem, Willebroek, Wommelgem, Wortegem-Petegem, Wuustwezel, Zaventem, Zele, Zelzate, Zoersel, Zottegem, Zoutleeuw, Zulte en Zwalm.
  • De volgende provincies ondertekenen het Bomencharter: de provincie Oost-Vlaanderen, de provincie Antwerpen en de provincie Vlaams-Brabant.
  • Het Bomencharter wordt tevens gesteund door de ministers Somers en Demir.

De INZET-fractie stelt voor dat ook de gemeente Opwijk het Bomencharter ondertekent en zich engageert om tijdens de lopende legislatuur zoveel mogelijk bomen te (laten) planten, met een minimum aantal bijkomende bomen van het aantal dat overeenkomt met één boom per Opwijks gezin (+/- 6000).

Meer info: www.bomencharter.be

Toegevoegd punt door Luc De Ridder – Gemeenteraad 22 oktober 2020

Laat gemeente en OCMW helpen bij aanvraag gratis Railpas

Elke inwoner van België ouder dan 12 jaar kan als maatregel in het kader van de coronacrisis een gratis Railpass aanvragen. De Railpass is goed voor 2 gratis enkele ritten per maand vanaf 5 oktober 2020 t.e.m. 31 maart 2021.
De Railpass is enkel aan te vragen via www-hello-belgium.be. Het is belangrijk dat iedereen, ook mensen in kwetsbare situaties, hiervan kunnen profiteren. Een online aanvraag kan voor sommige mensen een hoge drempel zijn. Op aandringen van armoedeverenigingen contacteerde de NMBS de gemeentebesturen en OCMW. Zij kregen de vraag om mensen bij te staan en om de actie bij de eigen doelgroep volop te promoten.
INZET stelt daarom op de gemeenteraad van 22 september voor om vanuit het Sociaal Huis en de gemeente het aanbod van de gratis Railpass maximaal te verspreiden en te organiseren dat men bijvoorbeeld in het Sociaal Huis, het gemeentehuis of de bib terecht kan om deze aan te vragen. Vraag daarbij is ook of de maatschappelijk assistenten hun cliënteel standaard de Railpass mee kunnen helpen  aanvragen.

Praktische vragen bij Opwijkse aankoopbonnen

foto: Persinfo.org

Begin juni besliste het college van burgemeester en schepenen om elk gezin in Opwijk twee aankoopbonnen te schenken die ze kunnen gebruiken bij de Opwijkse middenstand. INZET vindt deze actie op zich te verantwoorden, maar had graag differentiatie gezien: nu krijgt iedereen even veel bonnen, terwijl gezinnen die het moeilijker hebben voor onze fractie ook meer zouden mogen krijgen.

De aankoopbonnen worden verdeeld bij 6004 gezinnen. Het totale budget bedraagt € 300.200. Luc De Ridder en Marijke De Vis stelden in naam van de INZET-fractie nog enkele bijkomende vragen bij deze actie, ter verduidelijking.
1) Hoeveel is er in totaal voorzien aan budget voor maatregelen ter bestrijding van de lokale, sociaal-economische gevolgen van de coronacrisis?
2) Was het niet haalbaar het bedrag van de bonnen te differentiëren in functie van de situatie van het gezin dat ze krijgt, bijv. een hoger bedrag voor een gezin waarin iemand tijdelijk werkloos is als gevolg van de coronacrisis?
3) Wat wordt verstaan onder Opwijkse handelaar? Dat begrip is niet gedefinieerd. Valt een garagist hieronder? Wat met een grootwarenhuis (type Colruyt of Delhaize: wel als het op zelfstandige basis uitgebaat wordt, niet als het door de winkelketen zelf wordt uitgebaat? of helemaal niet?)? Wat met andere ketens zoals Horta en Aveve (zelfde vraagstelling als bij de grootwarenhuizen)? Vallen handelaars in bouwmaterialen hier ook onder? Zijn kappers en kapsters of schoonheidssalons ook handelaars? Wat met krantenwinkels? Indien zij eronder vallen, waarom daar niet het gebruik van deelbonnen toelaten (in een krantenwinkel besteedt men meestal geen 25 euro)? Vallen Opwijkse land- en tuinbouwers die aan thuisverkoop van voedingsproducten doen ook onder het begrip handelaar?
De meerderheid bleef de antwoorden op onze vragen (behalve dat voor corona een totaalbudget van 500.000 euro ter beschikking wordt gesteld) tot op vandaag schuldig.

Voorstel voor hergebruik opgepompt grondwater uit grondwaterbemaling

Op de gemeenteraad van juni agendeerde Luc De Ridder een toegevoegd punt over het oppompen van grondwater en de effecten van dat oppompen of ‘bemalen’ op de grondwatertafel (het grondwaterpeil). Concreet gaat het over het opleggen van voorwaarden in vergunningen om in droogteperiodes (april tot september) te vermijden dat wanneer grondwater moet opgepompt worden (om bijvoorbeeld een bouwput droog te houden) dit ongebruikt wordt geloosd in de riolering en om ervoor te zorgen dat er niet méér wordt opgepompt dan nodig.

Door de langere droogteperiodes en de grote verhardingsgraad van het grondgebied in Vlaanderen, moeten we voortdurend spaarzaam omspringen met drinkwater én met de reserves aan grondwater. Heel wat mensen stellen zich daarom terecht vragen bij (bron)bemalingen, waarbij water opgepompt en geloosd wordt, vaak in de riolering, om bijvoorbeeld meergezinswoningen te kunnen oprichten of infrastructuurwerken uit te voeren.

Op zich zijn deze ‘bemalingen’ wel nodig om de werken te kunnen uitvoeren. Als gemeentebestuur kan men echter, bij de behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen, maatregelen nemen om de nadelige effecten op de grondwatertafel (het grondwaterpeil) zo klein mogelijk te houden en om in de mate van het mogelijke te zorgen voor hergebruik van het opgepompte grondwater alvorens dit afgevoerd wordt naar riolering of, in het beste geval, oppervlaktewater.

Wij stellen daarom voor dat onze gemeente effectief dergelijke maatregelen neemt en ze opneemt in een reglement. De bedoeling is dat de gemeente er vervolgens voor zorgt dat er voorwaarden gekoppeld worden aan of opgenomen worden in de omgevingsvergunning waarin een bronbemaling ter sprake komt.

Het gaat om de volgende maatregelen:

1. Waar een retourbemaling mogelijk is, wordt dit door de gemeente in de vergunning als voorwaarde opgenomen. Retourbemaling betekent dat het opgepompte water terug in de bodem moet worden gepompt. Dit is in de praktijk echter niet steeds mogelijk. Voor nieuwe bemalingsaanvragen waarbij geen retourbemaling wordt aangevraagd, wordt door de gemeente wel gevraagd om uitvoerig te beargumenteren waarom dit niet mogelijk is, anders zal dit alsnog worden opgelegd.

2. Indien een retourbemaling niet mogelijk is, moet bij een bemaling in de periode van 1 april tot 30 september, voorafgaand aan de lozing van het bemalingswater, een buffervat van minimaal 10.000 liter voorzien te worden met overloop naar het lozingspunt. Op het buffervat dient een aftapkraantje voorzien te worden dat hergebruik eenvoudig en kosteloos mogelijk maakt, daarnaast moet het ook mogelijk gemaakt worden voor landbouwers om hier water uit op te pompen om een tankwagen te vullen. Dit kan opgelegd worden door het betreffende onderdeel van rubriek 53.8 van bijlage 1 van VLAREM II in de vergunningsaanvraag te laten opnemen of dit ambtshalve toe te voegen, waardoor voormelde voorwaarden als milieuvoorwaarden overeenkomstig VLAREM II van toepassing worden. Voor verdere technische specificaties en noodzakelijke veiligheidsvoorschriften: zie bijv. het reglement ‘bemalingen bij droogte’ dat het college van burgemeester en schepen van de gemeente Kampenhout op 25 mei 2020 heeft goedgekeurd.

3. Indien een retourbemaling niet mogelijk is: opleggen van de voorwaarde dat in de periode van 1 april tot 30 september de bemaling sondegestuurd is. Dit moet ervoor zorgen dat de bemaling afslaat wanneer er voldoende marge is en aanslaat wanneer de grondwaterstand te hoog dreigt te komen. Op deze manier kan het debiet beperkt worden. Er wordt tevens gevraagd de meterstanden wekelijks aan de gemeente te melden, zodat een betere opvolging en handhaving mogelijk wordt.

Voor omgevingsvergunningsaanvragen waarvoor de gemeente niet de vergunningverlenende overheid is, maar wel gevraagd wordt om er advies over te verlenen, stellen wij tevens voor dat de gemeente voorgaande maatregelen hanteert bij het formuleren van haar advies.

Het college van burgemeester en schepenen reageerde als volgt:

1) Retourbemaling? Indien dit uiteraard technisch haalbaar is, is dit inderdaad de beste oplossing en is in die zin ook opgenomen in de sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II. In de praktijk echter is dit niet zo evident en uit recente contactname tussen de milieuambtenaar en een deskundige van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werd meegedeeld dat VMM samen met andere externe deskundigen al een tijdje werkt aan technische (praktische)richtlijnen voor bemalingen en het ‘protocol’ hieromtrent binnenkort wordt verwacht. Voor zover ik begrepen heb zal VMM in het kader van de droogteproblematiek van de laatste jaren nu meer inzetten op de effectieve toepassing op terrein van retourbemaling. Het is nu afwachten wat de inhoud is van de praktische technische richtlijnen hieromtrent vanuit VMM.

2) buffervat van minstens 10.000 liter ? In de regel wordt nu door de gemeente bij de afgifte van een aktename voor uitvoering van een bronbemaling op het grondgebied van Opwijk bijzondere voorwaarden opgenomen waaronder de verplichte plaatsing van een buffervat van minstens 1.000 liter (1m3) bij aanhoudende (langdurig) droogte (code oranje). Het verplicht opleggen van een buffervat van minstens 10.000 liter zal enkel gebeuren wanneer het gaat om hoge debieten van opgepompt grondwater en afhankelijk van de duurtijd van de bemaling. Na recente telefonische contactname door de milieuambtenaar met VMM werd door een deskundige van VMM meegedeeld dat het niet aangewezen is om bij elke bronbemaling een buffervat van minstens 10.000 l (10m3) te plaatsen, doch dat dit moet afhankelijk gesteld worden van de duurtijd en het volume (m3/uur) opgepompt grondwater. De nieuwe bijkomende technische richtlijnen vanuit VMM die verwacht worden zullen hieromtrent meer duidelijkheid geven. Mijns inziens lijkt het alvast niet opportuun om bij kleine bemalingen met korte duurtijd een buffervat van minstens 10m3 op te leggen – rekening houdende met het BATNEEC-principe (best available technology not extailing excessive costs).

Reglement Kampenhout ? Het opleggen van bijzondere voorwaarden bij bemalingen van grondwater gebeurt best bij de afgifte van vergunningen of aktename van aanvragen voor bemaling van grondwater. Een apart reglement is hiertoe niet noodzakelijk. In het reglement van Kampenhout staan trouwens een aantal verplichtingen waarvan de technische haalbaarheid momenteel helemaal niet zeker is. In die zin is het veel beter te wachten op de nieuwe technische praktische richtlijnen van VMM om deze op te nemen als bijzondere voorwaarden in de af te leveren vergunning/aktename – dan weten we dat dergelijke voorwaarden technisch onderbouwd zijn na onderzoek door de deskundigen van VMM en externe adviesbureaus.

3) Sonde gestuurde bemaling? Uit het recent telefonisch overleg tussen de milieuambtenaar en VMM werd door de deskundige van VMM meegedeeld dat er in Vlaanderen slechts een klein handvol aannemers (bemaling) zijn die effectief dergelijke sonde gestuurde bemaling kunnen uitvoeren. De deskundige van VMM heeft het advies gegeven om momenteel dergelijke sonde gestuurde bemaling niet zomaar als verplichting op te leggen omdat in de praktijk blijk dat in de meeste gevallen de pompinfrastructuur hierop niet is aangepast en dus een nadelige impact kan hebben op de pompinstallatie. Het lijkt mij dus zeker aangewezen om te wachten op de nieuwe technische richtlijnen van VMM die goed onderbouwd zijn. Het is ook logisch dat (bijzondere) voorwaarden voor bemalingen worden opgelegd waarvan door deskundigen is bevestigd dat deze in de praktijk ook effectief toepasbaar zijn…

Beter een pragmatische aanpak dan een niet-werkbare!

INZET wil naast Rubensveld en Korruit ook Meerweg behouden als open ruimte

Rubensveld blijft verder onbebouwd

De gemeenteraad keurde unaniem de aanstelling van een studiebureau goed dat een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) moet opmaken om woonuitbreidingsgebied om te vormen naar open ruimte.

Goed nieuws dus voor de dossiers Rubensveld en Korruit, die zo gevrijwaard kunnen blijven van bebouwing. INZET stelde trouwens vroeger (in oktober 2014 en nogmaals in januari 2016) ook ook al voor om de bestemming van het woonuitbreidingsgebied (WUG) Rubensveld te wijzigen …

Luc De Ridder: “We denken dat hier best snel wordt gehandeld. Wanneer de bestemming van het WUG gewijzigd wordt naar een zachte bestemming, is de verschuldigde planschade (inkomensschade die ontstaat na wijziging van de planologie) nu nog betaalbaar. Naast de delen gelegen aan een voldoende uitgeruste weg die bovendien stedenbouwkundig en bouwfysisch in aanmerking moeten komen voor bebouwing, komt enkel de 1ste 50 m vanaf de rooilijn in aanmerking voor planschade.”

Belangrijk daarbij is vooral dat de waardevermindering wordt vastgesteld t.o.v. de geactualiseerde verwervingswaarde en dit aan 80% van die waardevermindering. In de huidige versie van het ontwerp van instrumentendecreet is echter voorzien dat de waardevermindering wordt vastgesteld t.o.v. de actuele waarde (die véél hoger ligt dan de geactualiseerde verwervingswaarde!) en dit bovendien aan 100%.” Met andere woorden: lang wachten zal meer kosten.

“Ook het WUG Meerweg omvat een belangrijke oppervlakte aan gronden die wat ons betreft best zouden gevrijwaard blijven van bebouwing, ook op langere termijn.”

Vanuit de INZET-fractie stelden we bijkomend de vraag waarom niet een groot deel van het WUG Meerweg wordt betrokken in dit initiatief voor wijziging naar een zachte bestemming? Luc De Ridder: “We begrijpen wel dat het deel van dit WUG dat onmiddellijk aan de overzijde van het station is gelegen (ingesloten deel) vanwege zijn ligging dicht bij station en centrum als WUG wordt bewaard. Maar, het WUG Meerweg gaat véél dieper, in feite tot de landelijke rand van onze gemeente. Het omvat dan ook een belangrijke oppervlakte aan gronden die wat ons betreft best zouden gevrijwaard blijven van bebouwing, ook op langere termijn. We stellen dan ook voor die oppervlakte mee op te nemen in de huidige opdracht.”

Wij ontvingen volgend antwoord van het college van burgemeester en schepen:

“Het klopt dat er geen tijd te verliezen valt als men de omzetting van het woonuitbreidingsgebied daadwerkelijk wenst te realiseren. Hoe uitgebreider men het opzet van het bestek maakt, hoe langer het zal duren om de procedure vlot te doorlopen. De insteek dat ook in het woonuitbreidingsgebied Meerweg best gronden zouden gevrijwaard blijven van bebouwing kan zeker bijgetreden worden. Het ontwerpend onderzoek uit de bouwmeesterscan zou in die zin een eerste aanzet kunnen zijn maar het zou op dit ogenblik totaal voorbarig zijn om hierop zonder meer voort te bouwen. Er is dus gekozen om prioriteit te geven aan Rubensveld en Korruit om de redenen die uitgebreid vermeld staan in het dossier. Woonuitbreidingsgebied Meerweg blijft zo een potentiële reserve op lange termijn.”

Maak centrum verkeersvrij tijdens zomerweekends

dezelfde regeling als tijdens marktdagen kan gelden in zomerweekends

Op de gemeenteraad van 23 juni diende INZET een voorstel in om het Opwijks centrum tijdens de zomerweekends deels verkeersvrij te maken. Dat heeft tal van voordelen, weet Luc De Ridder die het voorstel op de agenda zette.

Na maanden verplicht gesloten geweest te zijn, mag de horeca terug zijn deuren openen, maar met respect voor de afstandsregels (social distancing). Dit is uiteraard terecht, maar  heeft wel tot gevolg dat er op de beschikbare ruimte (binnen en op de terrassen) minder klanten kunnen ontvangen worden op een veilige manier. Dit is meteen voor vele mensen een drempel om terug een cafébezoek te brengen.

Als gemeente kunnen we de horeca hierin helpen én tegelijk het centrum levendiger maken. Dit dubbel doel kunnen we realiseren door in de weekends een deel van het centrum van Opwijk verkeersvrij (vrij van gemotoriseerd verkeer) te maken. Horeca-uitbaters kan dan de toelating gegeven worden het volledige voetpad en/of een deel van de weg te gebruiken voor terrassen, met respect voor de afstandsregels. Zo kunnen ze aan bezoekers evenveel plaats bieden als vroeger, door meer ruimte te gebruiken. Tegelijk nodigt dit onze bevolking uit om rustig te kuieren door het centrum en de ruimte te gebruiken die anders voorbehouden is voor het verkeer. Dit kan op zijn beurt een positief effect hebben op handelaars in belendende straten en het kan meteen ook een andere kijk geven op hoe we ons centrum best inrichten om het aangenaam en levendig te maken. De basis hiervoor is dat voetgangers en fietsers in het centrum op de eerste plaats komen en alle ruimte krijgen.

Hoe?

Dit is gemakkelijk te realiseren doordat ons centrum anders dan bijvoorbeeld dat van van Merchtem niet op een doorgangsroute ligt. Het centrum van Opwijk kan gemakkelijk beperkt worden afgesloten op dezelfde plaatsen en wijze als voor de markt op vrijdag: het brede deel van de Markstraat, de Kerkstraat en het kerkplein. Wie toch met de auto naar het centrum wil of moet om te winkelen of om een andere reden, ondervindt ook weinig problemen: de grote parkings blijven bereikbaar, wagens kunnen in de weekends daar geparkeerd worden (zodat het verkeersvrije gedeelte ook vrij van geparkeerde wagens is) en er kan nog van het rondpunt aan ’t Kasteeltje langs het eerste deel  van de Markstraat naar de Fabriekstraat worden gereden. Overigens behoort het ook tot de mogelijkheden om dat deel van de Markstraat af te sluiten, maar dat vraagt meer voorbereiding en overleg.

Wanneer?

We stellen voor dit te organiseren in de weekends, vanaf vrijdagavond, bijv. vanaf 18u, en dit gedurende de maanden juli en augustus. Nadien moet dit uiteraard geëvalueerd worden en bekeken welke lessen we daaruit kunnen trekken.

Het voorstel werd door de meerderheid afgewezen.

 

 

Gedeeltelijke verplaatsing voetweg nr. 67 is eigenlijk gedeeltelijke afschaffing

Over de gedeeltelijke verplaatsing van voetweg 67 en de argumentatie daarvoor had de INZET-fractie bedenkingen. Het alternatief om voetweg 61 in ere te herstellen is voor ons zeker waardevol.

Uit de argumentatie van het college: “De voetweg nr. 67 wordt al geruime tijd niet meer gebruikt. Er werden al verschillende vergunningen verleend sinds 1975 voor het bouwen van serres op de theoretische ligging van de voetweg en is hierdoor niet meer toegankelijk voor het publiek. Sinds die tijd komt de voetweg uit op het Hoeksken ipv in de Coenstraat. Deze verplaatsing komt het algemeen belang ten goede vermits het nu mogelijk wordt om deze verbinding tussen het Hoeksken en de Klaarstraat/Wijngaardstraat te officialiseren. Deze voetweg wordt gebruikt door (recreatief + woon/werk/school) fietsers en voetgangers om op een veilige en kortere manier de verbinding te maken tussen Hoeksken – Leirekensroute en de Wijngaardstraat. Deze voetweg komt eveneens uit in Klaarstraat, ter hoogte van woning nr. 154, welke in de onmiddellijke omgeving ligt van de voetbalterreinen in de Klaarstraat. De spelertjes/supporters kunnen dus gebruik maken van deze voetweg om de sportterreinen te bereiken op een veilige en rustige manier. Langs de kant van het Hoeksken is in realiteit deze voetweg breder dan de wettelijke breedte en wordt hij dan ook gebruikt door landbouwvoertuigen om hun akkers en weiden te bereiken. Het alternatief om de bestaande voetweg nr. 61 in ere te herstellen zal verder onderzocht worden maar deze voetweg 61 is geen alternatief voor voetweg 67 maar eerder een aanvulling voor de trage weggebruiker om via voetweg 61 verderop het tracé van voetweg 67 te volgen.”

De argumentatie om de alternatieven voorlopig aan kant te schuiven, vinden we vanuit INZET onvoldoende overtuigend. Die alternatieven worden afgewezen omdat ze geen alternatief, maar een aanvulling zouden zijn, bestaande in het herstellen van voetweg nr. 61. Strikt juridisch is dit misschien nog correct, maar beleidsmatig in dit geval toch wat kort door de bocht. Waarom de gedeeltelijke verplaatsing of opheffing van voetweg nr. 67 niet voorlopig weigeren tot een dossier klaar is voor herstel van het gedeelte van voetweg nr. 61 dat in de feiten wel een alternatief vormt?

Bovendien wordt hier een gedeeltelijke verplaatsing voorgestel, maar het gaat voor een groot stuk om een afschaffing: van de oorspronkelijke 392 meter blijven er nog maar ca. 58 meter over.

Om die redenen kon de INZET fractie niet akkoord gaan. De beoogde verlegging, eigenlijk dus grotendeels de afschaffing, moet op zich niet tegengehouden worden (de gemeente heeft zelf vergunningen voor overbouw door serres gegeven) maar het was beter geweest dit dossier te koppelen aan het herstel van een gedeelte van voetweg nr. 61 die – in de feiten – ten dele een alternatief is voor de gedeeltelijke opheffing.

Energierapport ongunstig voor sporthal en Sint-Pauluszaal

Voor de Sint-Pauluszaal werd een sterk gestegen nutsverbruik opgetekend

De energieboekhouding 2019 die werd voorgesteld op de gemeenteraad van mei is opnieuw een degelijk en leerrijk werkstuk geworden. Het biedt een uitstekende basis om op geobjectiveerde wijze verdere energiebesparende maatregelen te nemen in Opwijk. Een pluim dus voor het energieteam. Het is ook goed om vast te stellen dat voor de meeste gemeentelijke gebouwen het energieverbruik daalt. Gemeenteraadslid Luc De Ridder liet vanuit de INZET-fractie enkele bedenkingen en suggesties optekenen.

“20% meerverbruik aan water in de sporthal, stijging van elektriciteits- aargdas en waterverbruik in Sint Pauluszaal.”

Zo stellen wij voor de sporthal ten opzichte van 2018 een meerverbruik aan water vast van 20%. Ook in absolute cijfers is de sporthal eerder een grootverbruiker. Toch lezen we geen voorstellen om het waterverbruik te doen dalen. Zijn er dan geen verdere waterbesparende maatregelen mogelijk? We zouden daarnaast suggereren om ook de gemeentelijke sportraad en de gebruikers van de sporthal te informeren over het energie- en waterverbruik, met het oog op verdere sensibilisering. De meerderheid antwoordde ons dat waterbesparende maatregelen verder onderzocht zullen worden.

Voor de Sint-Pauluszaal valt de stijging van elektriciteitsverbruik, aardgas- én waterverbruik op. Het is ook het enige gebouw met een slechte energiescore. Omwille van de slechte toestand van de zaal en de onzekere toekomst ervan worden geen investeringen gepland, ook al is de toestand van de verwarmingsinstallatie problematisch. Vanuit het energieteam wordt daarom gesteld dat er nood is aan een afbouwplan van deze zaal. Wij vroegen of een dergelijk plan opgemaakt wordt en over welke termijn dat dan zal lopen. Afhankelijk daarvan kunnen beperkte investeringen toch nog aangewezen zijn. En betekent het feit dat er geen energiebesparende maatregelen voor de zaal worden voorgesteld, dat er ook geen enkele aanbeveling uit het EnergiePrestatieCertificaat(EPC)-attest worden gevolgd? Daarin wordt onder andere aanbevolen om elektrische boilers voor warm water te voorzien van week- of jaarklokken, verlichtingsarmaturen te vervangen, koelapparaten regelmatig te onderhouden … De meerderheid bevestigde dat het de bedoeling is om op korte termijn een afbouwplan op te maken. Het is volgens het college geenszins de bedoeling om nog hoge investeringen te doen in deze zaal.

Op onze vraag of geplande energiebesparende maatregelen voor diverse gemeentelijke gebouwen doorgaan zoals voorzien of ingevolge de coronacrisis uitgesteld worden, deelde de meerderheid mee dat de uitvoering voorzien is en dat hieromtrent al opdrachten voor opstart werden gegeven aan de verschillende gebouwverantwoordelijken en diensten.

Ook dit dossier volgen wij nauwgezet op.

 

Afvalcijfers Opwijk: nog teveel GFT-afval in de restafvalzak, extra inspanningen nodig.

Tijdens de gemeenteraad van 26 mei werden de afvalcijfers voor Opwijk voor 2019 voorgesteld. INZET-raadslid Luc De Ridder las het volledige rapport grondig door en had enkele bedenkingen en concrete suggesties.

Eerste vaststelling is dat er slechts een beperkte daling is van de restafvalcijfers (ca 5 kg/inwoner/jaar) over de jaren 2017 t.e.m. 2019. Vraag daarbij is ook of een deel van de daling van 2019 t.o.v. 2018 niet zit in het feit dat het bedrijfsafval, waaronder het afval van scholen, niet meer bij het restafvalcijfer zit?

Verder blijkt uit de cijfers dat een bijzonder groot aandeel (56,6%!) van het restafval bestaat uit recycleerbare fracties, waarvan het grootste deel (37,5%) GFT-afval. Afval dat dus niet in de restafvalzak hoort. Hiermee zit Opwijk ruim boven het gemiddelde van de 18 gemeenten waarvan de afvalcijfers in beeld worden gebracht.

“Haal GFT-afval wekelijks op en behoud de tweewekelijkse ophaling van restafval.”

Vanuit die vaststellingen stelt INZET dat men bij gelijk beleid mag verwachten dat de cijfers niet verder zullen dalen. Bijgevolg zal het doel van 122 kg/inwoner/jaar (vorig doel: 116 kg/inwoner/jaar) niet gehaald worden. Bijkomende inspanningen zijn dus nodig. Luc De Ridder: “Het is volgens ons logisch en nodig dat daarbij bijzondere aandacht gaat naar GFT-afval en hoe te vermijden dat dit bij het restafval terecht komt. In de voorgelegde documenten zitten meerdere voorstellen: GFT-afval wekelijks ophalen in plaats van tweewekelijks (en de ophaling van restafval wel tweewekelijks houden), de inwoners verder sensibiliseren en informeren over de uitbreiding van wat bij het GFT-afval mag.”

“Bij het verlenen van vergunningen voor appartementsgebouwen moet ook aandacht gaan naar geschikte ruimtes binnen het gebouw voor opslag van selectief ingezameld afval.”

INZET heeft zelf ook enkele concrete suggesties: “In een behoorlijk landelijke gemeente als Opwijk zou meer ingezet moeten worden op thuiscomposteren. Ook pilootprojecten rond buurtcompostering kunnen in dit kader interessant zijn. Naar bewoners van flats zou in de sensibilisering meer aandacht moeten gaan naar het bijhouden van GFT-afval in kleine, hygiënische recipiënten. Uiteraard moet bij het verlenen van vergunningen voor appartementsgebouwen ook aandacht gaan naar geschikte ruimtes binnen het gebouw voor opslag van selectief ingezameld afval.”

“De invoering van uniforme afvaltarieven voor alle recyclageparken in de regio wordt verder onderzocht.”

Eén van de OVAM-aanbevelingen was om kleinere zakken voor restafval verhoudingsgewijs goedkoper te maken dan grotere zakken. Luc De Ridder vroeg het college of ze deze aanbeveling ook zullen volgen. Het antwoord van het college was dat dat gedeeltelijk zo zou zijn: “Intradura zal namelijk vanaf 1.01.2021 uniforme afvalzakken invoeren binnen haar werkingsgebied.”

Op de vraag van Luc De Ridder over hoe het staat met de uitwerking door Intradura van een voorstel van uniforme afvaltarieven op de recyclageparken uit de regio én daaraan gekoppeld de opvolging van de OVAM-aanbeveling om wat differentiatie aan te brengen in de tarieven (een duurder tarief voor grofvuil dat verbrand of gestort wordt in vergelijking met het tarief voor de recycleerbare fracties) antwoordde de meerderheid dat de uniforme afvaltarieven voor de recyclageparken verder onderzocht wordt door Intradura. Geen concrete antwoorden dus wat dat betreft

Wij blijven dit dossier opvolgen.

Bouwproject Broekstraat-Leireken: “Gemeentebestuur kan niet weerstaan aan de druk van de verkavelaar.”

Gemeenteraadslid voor INZET Luc De Ridder ondervroeg de meerderheid tijdens de gemeenteraadszitting van 26 mei over de geplande verkaveling aan de Broekstraat en Leireken. Op de agenda stond de goedkeuring van het tracé, de plannen en de kostprijsraming voor het uitvoeren van de infrastructuurwerken.

Luc De Ridder vraagt zich af waarom het gemeentebestuur in de landelijke omgeving tussen Broekstraat en Leireken nog meegaat in de toelating voor een drukke verkaveling van niet minder dan 17 loten. Het advies van de provincie Vlaams-Brabant heeft het zelfs over 21 woningen. Bijkomend moeten er volgens dat advies al stevige voorwaarden opgelegd worden om de Brabantse Beek niet te overbelasten (een buffer/infiltratievolume van 250m3 per ha aangesloten verharde oppervlakte en een beperking van het lozingsdebiet op de beek).

Het College van Burgemeester en Schepenen argumenteerde dat het gebied in woonzone ligt en dat er aan deze goedkeuring al een heel traject vooraf ging: “Oorspronkelijk waren nog meer woningen voorzien, ondertussen is dit gereduceerd. Er werd een verbindingsweg opgelegd waarvan een deel ten laste is van de verkavelaar.” Het College vraagt zich af wat het alternatief zou kunnen zijn: “herbestemmen en planschade toekennen?”

“De verkaveling tegenhouden kan perfect. Het is een kwestie van ‘neen’ durven zeggen.”

Luc De Ridder is het daar niet mee eens: “Herbestemmen en planschade toekennen is helemaal niet nodig. Er zijn andere mogelijkheden om een dergelijke drukke verkaveling in (landelijk) woongebied tegen te houden. Je kan als gemeente een verkavelingsvergunning perfect weigeren wegens overdreven bebouwingsdichtheid wanneer bijvoorbeeld – wat hier het geval is voor Broekstraat en Leireken – die dichtheid te veel afwijkt van die in de onmiddellijke, landelijke omgeving. Daarnaast kan je de verkavelingsvergunning ook weigeren als je als gemeente oordeelt dat een dergelijke verdichting beleidsmatig in de dorpskernen moet gebeuren en niet in de meer landelijke omgeving aan de rand van de gemeente.”

Dat is meteen ook wat INZET zou doen: een dergelijke verkavelingsvergunning op die plaats om die redenen weigeren. Andere gemeenten deden dit al. De Raad voor Vergunningsbetwistingen ging daarin mee en vernietigde die vergunningen niet. Luc De Ridder: “Het is dus een kwestie van ‘neen’ durven zeggen én goed motiveren. Een weigering van een verkavelingsvergunning betekent trouwens helemaal niet dat de gemeente planschade moet betalen. De verkavelaar kan nog steeds een nieuwe aanvraag indienen, maar voor een veel minder druk project. Zolang hij zijn vergunning niet heeft verkregen mag de verkavelaar er trouwens wettelijk ook geen publiciteit voor maken.”

INZET stemde dan ook tegen op dit agendapunt. Desondanks keurde de meerderheid het tracé van de wegen voor de verkaveling goed zodat het College van Burgemeester en Schepenen nu ook de verkavelingsvergunning zelf kan goedkeuren. Luc De Ridder: “De meerderheid heeft hier duidelijk niet kunnen weerstaan aan de druk van de verkavelaar. Burgemeester Albert Beerens ziet in de verkaveling vooral een opportuniteit om de verkavelaar een deel te laten betalen van de weg die in de richting van de toekomstige ondertunneling van de spoorweg moet worden aangelegd, om de Broekstraat te ontsluiten wanneer de spooroverweg er wordt afgesloten …”